History and origin of the breed

Over de theorieën van de Mops is in de loop der jaren veel discussie geweest. Omdat het ras zo oud is, is er enige controverse rond de oorsprong ervan, maar de meeste mensen zijn het erover eens dat de mopshonden ergens in China zijn ontstaan:

 

Honden met een korte snuit zijn zo oud als de Han Dynastie in China (AD 206 – BC 220). Deze periode werd beschouwd als de grote overvloed in China en het was precies waar het verhaal van de mops begon volgens de meest geaccepteerde theorie; vergezeld van de Koninklijke pracht en praal van de Oosterse cultuur. Hoewel de oorsprong van deze hond gehuld is in mysteriën, wordt aangenomen dat het ras rond 400 BC in Azië is ontstaan. Sommigen geloofden dat het ras afkomstig was uit het Verre Oosten, terwijl andere dachten dat het Europa was. Inmiddels is geaccepteerd dat de Mops is ontstaan in China, vanwaar hij naar Japan en later pas naar Europa is gekomen.

In China, een lange tijd geleden in de tijd van de grote keizers, al voor het begin van onze jaartelling, hield men daar een hondenras met korte snuit en een over de rug gekrulde staart. Deze hondjes hadden diverse namen: Foo of Fu Dog, Dog-Pai, Dog-Happa, Lo-Chiang-Sze, Lo-Chiang en Lo-Sze. In Tibet werd hij bekend als de 'Hond Hand' vermoedelijk omdat de kleine hondjes gemakkelijk in de hand vast waren te houden.

 

In de plaats Lo-Chiang in de provincie Ssuchuan  kwamen veel  'Pai' voor. De 'Ssuchuan Pai' werd omgedoopt tot de  'Lo-chiang-sze', maar later ingekort tot 'Lo-sze' en dit is tot het begin van 1900 de naam geweest van de Chinese Mops. ‘De 'Scuchuan Pai’ hond werd verzonden samen met allerlei andere geschenken van Korea naar Japan. Pug-achtige honden kwamen naar Europa in de 17e eeuw door de handel en werden populair in de 18e eeuw en opnieuw in de late 19e eeuw.

De Happa is een kortharige Pekinees-type hond, de voorouder van de moderne Pekinees, Shih-Tzu en Japanse Spaniel. Het is ook mogelijk dat de Happa de voorouder is van de moderne Pug en er wordt verondersteld dat de eerste zijn verschenen in China. Dergelijke honden werden in 663 voor BC en mogelijk al in 1115 BC waargenomen.

Volgens "Dogs In Groot-Brittannië", een beschrijving van alle inheemse rassen en de meeste buitenlandse rassen in Groot-Brittannië geschreven door Dhr. Clifford LB Hubbard in 1948: De inheemse Japanse Spaniel [Chin Chin] is heel verschillend van de Pekinees van China maar heeft ongeveer dezelfde status. Het is een 'Toy Dog' nauw verwant aan de Pekinees, Pug en Happa Dogs. De Happa hond had een brede uitstraling in de voorpoten, maar dan kleiner wordend in de achterzijde. Terwijl langharige honden door de edelen in de Verboden Stad werden gehouden, wordt aangenomen dat Happa honden door edelen van lagere stand werden gehouden.

De Mopshond vertoont ook veel overeenkomsten met de religieuze Chinese beeldjes welke in vele huishoudens uitgestald werden en die een kleine draak voorstellen. Deze beeldjes werden gebruikt als bewaker van altaren en huizen. De aanwezigheid van deze beeldjes zou het geluk aantrekken en bescherming bieden tegen boze geesten, maar bovenal waren zij een symbool van kracht en moed. De nogal merkwaardig uitziende draak was samengesteld uit verschillende dieren. Hij werd in de regel 'Foo-hond' genoemd, ofwel 'van Boeddha'. Terwijl gewone stervelingen genoegen moesten nemen met deze beeldjes van brons, porselein, aardewerk of hout, vertoefden de keizers in het gezelschap van echte Foo-honden want De keizerlijke hofhoudingen namen geen genoegen met deze imitaties; zij hadden de levende exemplaren. In China werd de Pug Foo of Fug Dog genoemd en zij werden behandeld als ‘Royals’. De hondjes hadden hun eigen bedienden en werden angstvallig bewaakt. Nochtans, werden deze honden bewaard in de paleizen, ver weg van de ogen van het gewone volk. Zij werden gekoesterd en beschouwd als heilige wezens en de hondjes begeleiden hun meesters op speciale momenten en gelegenheden zoals bijvoorbeeld: Het Chinese Nieuwjaar en op bruiloften van Prinsen, Keizers en Mandarijnen. De hondjes werden dan onderscheiden met leuke halsbanden voorzien van klokken of pompoenen die hun sociale status markeerde.

De zeer aannemelijke hypothese over de Chinese afkomst van de Mopshond staat lijnrecht tegenover die van Oberthur. Deze deskundige dacht aan een Egyptische herkomst, en beweerde dat dergelijke honden al aan de zijde van de farao's leefden. Hij heeft zijn theorie echter niet met bewijzen kunnen staven. Ook de Engelse Kynoloog Clifford Hubbard wijst de Chinese herkomst af. Hij beschouwde de Mopshond als de heilige viervoeter van de Azteken. Al eerder had de Franse natuurhistoricus Buffon (1707-1788) gesteld dat de Mopshond een verkleining was van de 'Grand Danois' (Duitse Dog) en de 'Petit Danois'. Professor Reul, de bekende Belgische Kynoloog uit het begin van de 20e eeuw, zag in de Mopshond een miniatuurvorm van de Mastiff. Het is natuurlijk begrijpelijk dat bekende en minder bekende natuuronderzoekers en Kynologen hebben getracht om dit ras onder te brengen in een classificatiesysteem dat zij aanhingen. Het was echter de Franse Kynoloog en dierenarts Paul Mégnin, die als eerste op het idee kwam om de Mopshond te vergelijken met religieuze Chinese beeldjes. Hij heeft op die manier ongetwijfeld de eerste tip van de sluier opgelicht omtrent de herkomst van de Mopshond.

De Tibetaanse kloosters hadden Mopsen als huisdier ​zodat de theorie onderbouwd wordt dat de oorsprong van het ras is gerelateerd aan het ras van de wollige mythische Tibetaanse hondjes van Tibet. De boeddhistische monniken geloofden dat als het baasje van de mops overleed, de ziel van de baas in zijn hond zou trekken en daarom werden deze hondjes lekker verwend door de andere monniken. Het is te danken aan de bemoeienissen van Keizerin Tsu Hsi dat het ras in China tot ongekende populariteit kwam in de hogere kringen. Aan het begin van de 17de eeuw ontstonden er steeds meer handelsbetrekkingen tussen de Westerse landen en China met onder andere Nederland, Portugal en het Verenigd Koninkrijk, Engeland. De Hollandse zeevaarders brachten niet alleen kostbare handelswaren als zijde, prullaria en merkwaardige voorwerpen (chinoiserieën) mee terug, maar ook kleine honden.

 

Via China bereikte de Mops oftewel de ‘Hollandsche Bulldog’ genoemd in Holland, ook Japan en via de VOC, Europa. Ook bereikte de Mops in 1553 via een Turkse vloot Frankrijk. In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werden ze populair, omdat de kleur van hun vacht overeenkwam met het Huis van Orange. Toen Willem III van Oranje-Nassau en Maria II in 1669 naar Engeland reisden en in dat zelfde jaar de troon bestegen, werden ze door een groot aantal mopsen vergezeld. Alle Mopsen droegen een oranje stropdas om hun nek om op deze manier kenbaar te maken dat zij behoorde tot het Koninklijk Huis van Oranje.

 

Niet alleen Willem III van Oranje Nassau had een hart voor mopsen, ook prins Willem van Oranje had een mopsje genaamd Pompey. Zijn Mopsje Pompey, die overal met de prins meereisde zou het leven van Willem van Oranje hebben gered toen de prins sliep in zijn legertent in het Franse Hermigny. Pompey krabde en blafte zodat Willem van Oranje wakker werd en zodoende tijdig kon ontsnappen aan de Spaanse overvallers. 

De Mopshond verspreidde zich in de 17e eeuw vanuit Nederland, België en Engeland over andere landen in Europa. Hij kwam niet bij gewone mensen terecht, maar uitsluitend bij koningen en notabelen. Deze mensen koesterden al eeuwenlang kleine gezelschapshonden, en de Mopshond voorzag in de behoefte aan iets nieuws. Hij was volkomen anders dan de rassen die zich tot op dat moment in de gunsten van de groten der aarde mochten verheugen: Dwergspaniels, Leeuwhondjes (Bichons) en Poedels.

 

Omdat de Russische Groothertoginnen de eersten waren die Mopshonden hadden, is weleens de gedachte geopperd dat de Mopshond van Russische herkomst zou kunnen zijn. In Rusland, in de tijd van Peter de Grote, was de mops een teken van aristocratie. Er bestaan talloze afbeeldingen van belangrijke personen uit de geschiedenis, die met één of twee Mopshonden aan hun zijde door een schilder werden vereeuwigd. Sommigen gaven zelfs opdracht om hun lievelingen alleen af te beelden. De Franse schilder Jean Baptiste Oudry moest bijvoorbeeld op verzoek van koning Lodewijk XV (18e eeuw) een portret van diens Mops maken. Ook Van Loo en Boucher hebben deze Koninklijke Mopshond afgebeeld. In Engeland maakte onder meer William Hogarth verschillende schilderijen van zijn eigen Mopshond, terwijl Sir Joshua Reynolds Mrs. John Weyland portretteerde in gezelschap van haar Mopshond. Francisco Goya maakte het beroemde portret van de Markiezin van Pontejos, met aan haar voet een fraaie Mopshond. Koningin Charlotte van Mecklenburg-Sterlitz, echtgenote van Koning George III (1760-1820), was ook erg dol op het ras en had vele exemplaren, waarvan er een verschijnt in het beroemde schilderij van George III, die kan worden gezien in Hampton hof, Engeland. De Engelse schrijver en schilder Joseph Highmore (1692-1780), schilderde de “Dame met een Pug”. De grote schilder William Hogarth, was eigenaar van diverse Mopsen een daarvan genaamd ‘Trump’ is te zien op zijn zelfportret daterend van 1745. Ook bekend is ‘Blonde Brunette met Pug’ geschilderd door de Engelse kunstenaar Charles Burton Barber in 1879. Dit schilderij toont een jong meisje verdiept in het lezen van een boek terwijl een Mopshondje zeer comfortabel in haar armen rust. Charles Burton Barber schilderde ook " Een familie van Pugs " , voor Koningin Victoria . De koningin had veel Mopsen maar haar favoriet was Bosco. Toen Bosco stierf, liet ze uit liefde en respect een kleine grafsteen maken in de tuinen van Frogmore House. Boze tongen beweerden wel dat de Mopshond zo populair was bij de dames, omdat zijn lelijkheid schril afstak bij hun schoonheid. Beter gezegd: deze dames leken mooier door het 'lelijke' uiterlijk van de Mopshond.

Na Engeland veroverde de ‘Hollandsche Bulldog’ ook Frankrijk. Het ‘Hollandsche Bulldogje van Joséphine de Beauharnais genaamd ‘Fortune’, heeft volgens zeggen Napoleon Bonaparte gebeten toen hij op hun huwelijksnacht de slaapkamer binnenkwam. Sedertdien namen ze in aantal geleidelijk af, met als gevolg dat de Britse Koningin Victoria in 1864 moeite had er één voor haar kennels te vinden. Daarna ging het echter weer beter met het ras en werden er pogingen gedaan het te verbeteren en te standaardiseren, wat resulteerde in de sierlijke, stevige, kleine Mopshond van tegenwoordig. De Mopshond mocht dan wel in de mode zijn, hij was echter niet erg wijd verspreid. Het was een exclusieve hond, maar dat kwam uiteraard omdat hij min of meer was voorbehouden aan mensen die tot de bevoorrechte klassen behoorden. Hij was ook uitermate duur in de aanschaf. Nadat de Engelsen China als het ware voor het Westen 'openbraken', in de tweede helft van de 19e eeuw, konden deze honden gemakkelijker naar Europa worden gehaald. Het kon dan ook niet uitblijven, of de Mopshond drong op grote schaal door in de gegoede stand. Hij werd één van de noodzakelijke attributen waarmee een dame uit welgestelde kringen zich omgaf. Dat nam zulke vormen aan, dat de Engelsman Dalziel in 1870 zei: 'De Pug is in enorme aantallen aanwezig, je ziet ze overal.' Toch werden er nog altijd hoge prijzen voor deze honden betaald. Een bepaald exemplaar bracht eens een bedrag van 150 pond sterling op, wat voor die tijd heel wat geld was.

Aan het einde van de 19e eeuw raakte de Mopshond 'uit'. Degenen die zich konden veroorloven om gezelschapshondjes te houden, gaven de voorkeur aan de Pekingees. Deze had ook een korte snuit, maar vooral zijn weelderige, lange vacht trok de aandacht. Overigens ontstond rond deze tijd de officiële Kynologie, waardoor het scala aan kleine gezelschapshonden zich nog meer uitbreidde. Zo werden er ook verschillende kleine terriërrassen geselecteerd. Het een en ander luidde het verval van de Mopshond in dat voort duurde tot halverwege de 20e eeuw.

Er waren twee lijnen of hoofdlijnen in Groot-Brittannië in de eerste decennia van de negentiende eeuw. De eerste lijn is die van Lord en Lady Willoughby d'Eresby. Zij kochten hun eerste zilvergrijze, goed gerimpelde exemplaren van een variété-artiest, die de hondjes had gekocht toen hij op tournee was in Rusland. 

De Willoughby Pugs was een lijn van mopsen gekenmerkt door bijna volledig zwart gekleurde hoofden, een zilver-beige vacht met een duidelijke donkere streep of spoor op de rug, van de basis van het hoofd naar de staart, lange benen en een dun lichaam. De Engelsen noemden dit een 'smutty coat', omdat de vermenging van fawn en zwarte haren de mops een 'smerig' uiterlijk gaf. Hoewel deze lijn ver verwijderd is van de huidige mops van vandaag zijn de speciale markeringen, zoals mollen en de 'aalstreep' op de rug gestandaardiseerd. 'Mops' en 'Nell' waren twee prominente Willoughby Pugs die zelfs vandaag de dag, nog kan worden gevonden als voorouders in de stambomen van vele mopsen. De Willoughby Pugs waren zo populair dat het een interessant object was voor dieven en schorremorrie. 

 

De tweede lijn is die van Charles Morrison. Charles Morrison, een taverne eigenaar van Walham Green, ontwikkelde de Morrison Pug. Het Morrison fokprogramma produceerde mopsen vergelijkbaar met de mops van vandaag: gedrongen 'cobby' lichamen in abrikoos en fawn, met mooie hoofden, een goed gedefinieerd zwart masker, een lichtbruin spoor over de rug, en een kleiner formaat. Morrison en zijn twee Pugs gemaand 'Punch' en 'Tetty', zijn verantwoordelijk voor de verbetering van het ras. 

Na veel selectief fokken, werden de Morrison lijnen en de Willoughby lijnen gekruist en recrossed. Daarbij werden deze lijnen samengesmolten als één, maar fokkers van vandaag herkennen de individuele kenmerken van de twee soorten Pugs.

Een andere lijn is van Mrs. Laura Layhew, de eigenaresse van de uit China afkomstige, abrikooskleurige dekreu Click. Deze reu komt op heel veel oude stambomen voor. Tot slot is er ook nog de lijn van Lady Brassey. Ook haar exemplaren kwamen uit China. Hoewel in Nederland in het begin van deze eeuw vele Mopshonden werden gefokt, vaak zonder stamboom is de fokkerij pas echt van start gegaan na 2de Wereldoorlog (1939 – 1945).

In 1878 werden de zwarte mopshonden geïntroduceerd in Europa. Ze bestonden toen al wel maar waren uiterst zeldzaam en

vrijwel onbekend. Dat veranderde in 1886, toen Britain's Lady Brassey met een aantal zwarte Pugs deelnam aan een Dog Show in Maidstone, Kent.

Tot voor 1885 werd de Mopshond veelal volledig gecoupeerd. Koningin Victoria van Engeland verbood dit omdat dit onnodig

wreed was.  

 

Aangenomen wordt dat de Pug circa 1860 samen met de migranten naar Australië  kwam. Zij werden voor het eerst

waargenomen en getoond in de Sydney Royal Show,1870.

De hertog en hertogin van Windsor waren waarschijnlijk de meest beroemde Mops liefhebbers in de 20e eeuw. Ze namen hun Mopsen, samen met persoonlijke chef-koks en hun Mopsen 'pooperscoopers' mee naar bijna alle sociale activiteiten.

Rond 1740 werd er een geheime groep gevormd die zichzelf de 'Orde van de mops' noemden (Order of the Pug). De Mops-Orde was een katholieke para-vrijmetselaarsvereniging die zogenaamd in 1740 gesticht werd door Clemens August van Beieren in 1740 om de paus te omzeilen.  De paus verbood de Katholieken om zichzelf aan te sluiten bij de vrijmetselaars, dus vormde ze zelf een groep. Ze kozen de mopshond als symbool omdat deze honden bekend staan om hun loyaliteit en betrouwbaarheid. Nieuwe leden ondergingen een initiatieproces  waarbij ze een halsband moesten dragen en zich moesten gedragen, op verschillende manieren, zoals een hond: krabben aan de deur om binnen te komen en de kont van een porseleinen mops te zoenen. Dit was waarschijnlijk niet iets wat de paus had verwacht met het verbieden van het lid worden van de vrijmetselaars. De geheimen van de Orde van de Mopshond werden in 1745 in Amsterdam onthuld, maar het duurde drie jaar voordat iemand ze verbood (misschien duurde het zo lang voordat ze het serieus namen). Het gerucht gaat echter dat de Orde actief was tot 1902.

Het was mevr. Chr. Veldhuis die met haar fokkerij "Warnsborn" van zoveel betekenis voor de populatie in Nederland is geweest, dat de mopshond een stevige basis in Nederland heeft gekregen. Mevr. Chr. Veldhuis heeft op 30 augustus 1957 ook de aanzet gegeven tot de oprichting van "COMMEDIA", de Rasvereniging van fokkers en liefhebbers van de mopshond in Nederland. In de 16e eeuw was de “Commedia del Arte” een vorm van blijspel waarin een Mops optrad vandaar de naamkeuze van deze Rasvereniging.

 

Inmiddels is een aantal jaren geleden de"Eerste Gezelschapshonden Club Nederland" opgericht, een Rasvereniging voor de FCI Rasgroep 9, waaronder ook de mopshond valt.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now