​​​Hip Dysplasia

 

Bij de aanschaf van een hondenras welke HD gevoelig is, is het noodzakelijk uw goed te (laten) informeren wat heupdysplasie nu eigenlijk is en wat u zelf kunt bijdragen om uw geliefde huisdier hiertegen in bescherming te nemen. Inmiddels is het al vele jaren bekend dat niet alleen de erfelijke factoren een rol kunnen spelen maar ook het bewegings, en-of voedingspatroon: het zogenaamde 'milieu' van de hond.
Kortom HD wordt veroorzaakt door een combinatie van erfelijke aanleg en externe factoren.
Erfelijke aanleg

HD is voor 30% een erfelijke afwijking van een of beide heupen. Niet alle pups van ouders met HD krijgen echter de aandoening en het HD vrij zijn van ouderdieren is GEEN garantie dat de jonge hond klachtenvrij blijft.

Externe factoren:

Een huisdier dat GEEN aanleg heeft, kan een misvormde heup krijgen door externe factoren. Daarentegen kan een huisdier die wel aanleg heeft, positief door externe factoren worden beïnvloed, waardoor minder misvorming ontstaat.

Heupdysplasie:

Heupdysplasie betekent letterlijk 'heupmisvorming' en wordt meestal aangeduid met de afkorting 'HD'.

Heupdysplasie is een afwijking aan de heupgewrichten waarbij de ontwikkeling van de heupen bij een jonge hond niet normaal verloopt en de gewrichten ernstig misvormd kunnen worden.

Sommige honden ondervinden hiervan ernstige hinder. Er zijn echter ook honden met meer of minder ernstige heupgewrichten, die daarvan geen last lijken te hebben.

​De beoordeling van het gangwerk van deze honden geeft onvoldoende informatie over de toestand van de heupgewrichten. Meer informatie kan worden verkregen door het maken van röntgenfoto's van de heupgewrichten.

Oorzaak:

HD is een bepaalde afwijking, maar uitwendige invloeden zoals groeisnelheid, lichaamsgewicht, beweging, spierontwikkeling en voeding spelen hierbij een grote rol.

 

​De combinatie van erfelijke aanleg en de na de geboorte van de pup optredende uitwendige invloeden leidt tot een verkeerde ontwikkeling van de heupgewrichten en de uiteindelijke misvormingen.​

 

Door al deze verschillende uitwendige invloeden, kan de mate van misvorming van de heupen met een gelijke erfelijke aanleg sterk variëren.

 

HD wordt vooral gevonden bij honden van grote en middelgrote rassen, maar soms ook bij honden van de wat kleinere rassen. HD komt niet uitsluitend voor bij rashonden, maar ook bij hun kruisingsproducten.

Een pup wordt geboren met een skelet dat bestaat uit zacht, elastisch bot en kraakbeen. Het heupgewricht bestaat uit 4 delen: darmbeen, schaambeen, zitbeen en dijbeen. Het gewricht is op die jonge leeftijd weliswaar elastisch van bouw, maar stabiel. Blijft die stabiliteit gedurende de groei van de hond aanwezig, dan zal zich een heupgewricht vormen waarbij de heupkom diep en nauwsluitend in de heupkom gelegen is. Het feit dat de gewrichtsstabiliteit van de heupgewrichten bij de jonge pup met name afhankelijk is van de 'weke' delen toont dus aan dat HD in oorsprong een afwijking is van juist de 'weke' delen.​

Men is echter geneigd HD als een botziekte te beschouwen, hetgeen onjuist is! Dit wordt veroorzaakt door het feit dat men bij een hond die aan HD lijdt vaak op de röntgenfoto's afwijkingen aan de botten ziet, die het gevolg en niet de oorzaak zijn van de instabiliteit van de heupen.

Röntgenfoto's:

Een voorwaarde is dat de hond een NSBH nummer moet hebben. Ook moeten de naam en adresgegevens van de eigenaar overeenkomen met hetgeen wat op de stamboom of op het registratiebewijs is vermeld.

Conform de regels van de FCI dient de hond voor het laten maken van HD-röntgenfoto's minimaal 12 maanden oud te zijn. Voor enkele grotere rassen, die pas later volgroeid zijn, geldt een minimumleeftijd van 18 maanden.

De röntgenfoto's, de zogenaamde HD-foto's kunnen in principe door iedere dierenarts die een overeenkomst met GWW, heeft gesloten worden gemaakt. Wel moet gezegd worden dat sommige klinieken meer ervaring hebben, en gespecialiseerd zijn in het maken van goede HD-foto's.

Op de stamboom van de pup staan altijd de HD-uitslagen van de ouders en eventueel de grootouders vermeldt. Indien de ouders van de pup een DNA test hebben ondergaan zullen ook deze gegevens op de stamboom vermeldt worden. In sommige landen is een DNA test verplicht, zo ook in Nederland.

Rapport-Heupdyspasie-onderzoek:

Op het rapport-heupdysplasie-onderzoek staat de definitieve beoordeling, de FCI-beoordeling, en een aantal gegevens die een verklaring geven voor de definitieve beoordeling.

HD A

De aanduiding HD A betekent dat de hond röntgenologisch vrij is van heupdysplasie, wat echter niet betekent dat de hond geen 'drager' van de afwijking kan zijn of gevrijwaard blijft van HD.

 

 

​HD B

HD B (=overgangsvorm) betekent dat op de röntgenfoto's geringe veranderingen zijn gevonden, die weliswaar toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie, maar waarvan in het kader van de fokkerij geen direkte betekenis kan worden toegekend.

 

 

​HD C + HD D

De aanduiding C (=licht positief) of HD D (=positief) betekent dat bij de hond duidelijke veranderingen, passend in het ziektebeeld van HD zijn gevonden.

HD E

Wanneer de heupgewrichten ernstig zijn misvormd wordt dit aangegeven met HD E (=positief in optima forma).

Aanvullende informatie aanduiding HD:
In Nederland krijgen alle op HD geteste honden maar één aanduiding d.w.z. voor zowel links als rechts. Mocht het zo zijn dat de rechterzijde als zijnde HD B wordt beoordeeld en de linkerzijde als zijnde HD C dan zal de hoogte gradatie worden gehanteerd. In landen zoals bijvoorbeeld Frankrijk gelden andere normen zij hanteren beide gradaties dus in dit geval HD B /C.
Verschijnselen:

Honden met HD kunnen hiervan ernstige hinder ondervinden, soms al op zeer jong leeftijd (beneden de leeftijd van een jaar), maar vaker op oudere leeftijd. De verschijnselen die hierbij optreden zijn het gevolg van een abnormale of belemmerende beweging van de heupgewrichten en/of van pijn en deze kunnen zich uiten in:

- moeilijk opstaan, soms met pijn

- een stijve achterhand, vooral na rust

- huppelen met de achterpoten alsof deze de voorpoten    niet kunnen bijhouden (huppen als konijn)

- slecht uithoudingsvermogen; snel gaan liggen

- doorzakken van de achterhand

- kreupelheid in een of beide achterbenen

- niet willen spelen, wandelen

- koehakkige stand (de hakken worden naar binnen gedraaid)

 

Heupdysplasie (HD) is de meest voorkomende erfelijke, orthopedische aandoening bij honden. In principe kunnen alle rassen heupdysplasie krijgen, maar het is vooral een probleem bij grote honden. Klinisch kunnen twee vormen onderscheiden worden: Een ernstige vorm die vooral gezien wordt bij jonge honden en waarbij pijn en kreupelheid op de voorgrond staan, en een meer chronische vorm die geleidelijk ontstaat en waarbij wisselende pijnlijkheid, stijfheid en verminderde beweeglijkheid de belangrijkste verschijnselen zijn. Deze laatste vorm van HD verergert meestal als de hond ouder wordt. Nogal eens is deze chronische vorm van heupdysplasie niet of nauwelijks zichtbaar aan het dier.

De klachten die de jonge hond vertoont zijn over het algemeen wisselend van karakter, duur en intensiteit. Veel honden gaan onder invloed van de pijn zichzelf ontzien, zodat de schade in de gewrichten zich weer (tijdelijk) kan herstellen. Op den duur is het gewricht na veel herstelwerkzaamheden voor een tijd min of meer klachtenvrij (tenminste voor zover wij als mens dat kunnen waarnemen). Later echter vertonen de meeste honden weer klachten.

Feit is dat de daarin ervaren dierenarts al bij een pup van ca. 8 weken kan voelen of the heupen stabiel zijn. Met behulp van een bepaalde handgreep kan men voelen of de heupkom al dan niet 'vast' in de heupkom zit. Met grote zekerheid kan dan al voorspeld worden of de heupgewrichten zich 'normaal' zullen ontwikkelen.  Dit toont dus al aan, dat de stabiliteit van het heupgewricht iets is dat aangeboren is; op jonge leeftijd zorgen met name het gewrichtskapsel en-bandje voor de stabiliteit.

Op latere leeftijd spelen ook de bekkenspieren een grote rol. Dat is ook de reden dat honden met veel bekkenspieren gemiddeld minder aan HD lijden.

Hond met HD:

Wanneer de hond geen klachten vertoont is behandeling niet nodig en gelukkig kunnen veel honden ondanks hun HD prima als huishond functioneren. De kans op problemen blijft echter bestaan en zal toenemen naarmate meer van de hond wordt geëist (zoals bijvoorbeeld bij africhting) en naarmate de hond ouder wordt. HD is niet te genezen, maar in veel gevallen wel te behandelen. Misvormingen van de heupgewrichten kunnen, eenmaal aanwezig, niet meer ongedaan worden gemaakt.

Een behandeling zal dan ook vooral gericht zijn op de revalidatie van de afwijkende heupgewrichten:

 

Overmatig lichaamsgewicht of drastisch verminderen (vermageren) om onnodige  belasting van de heupgewrichten te voorkomen.

 

Regelmatige lichaamsbeweging om de gewrichten minder stijf te doen worden en proberen de bespiering te bevorderen (vaak korte stukjes uitlaten, lichte looptraining, zwemmen).

 

Pijnbestrijding als ondersteuning van de revalidatie (injectie of medicijnen, en/of eventueel operatief ingrijpen)

 

Preventie: Is HD te voorkomen?
Een afdoende behandeling voor HD bestaat niet. Daarom moet getracht worden het ontstaat van HD zoveel mogelijk te voorkomen. Dat kan door de uitwendige omstandigheden voor de jonge, opgroeiende hond zo gunstig mogelijk te maken (goede voeding, maar vooral niet te veel, overmatige belasting van de heupgewrichten voorkomen, beperken van springen, traplopen en trekken, via de fokkerij, door controle van de voor de fokkerij bestemde honden.

​​

Beweging en spieropbouw:

Tijdens de groei van de hond is voldoende en gedoseerde beweging noodzakelijk om de weke delen goed te laten ontwikkelen. Met name 'rechtlijnige beweging' is voor de ontwikkeling van de bekkenspieren belangrijk; dus met name in rechte lijn wandelen, naast de fiets lopen in een rustige draf of zwemmen zijn erg geschikte bewegingsvormen.

Over het fietsen met de hond is nogal wat discussie; vele onderzoekers zeggen dat bij 5 maanden al begonnen kan worden met het lopen naast de fiets omdat pups 'in de natuur' ook met het roedel meerennen. Men vergeet echter dat onze huisdieren te veel gedomesticeerd zijn. De hond moet minimaal 12 maanden oud zijn. Bij sommige hondenrassen zoals bij uitstek de drijf,-loophonden is het toegestaan iets eerder te beginnen.

Onder fietsen wordt verstaan een (sukkel) drafje. De lengte van de fietstocht hangt met name van de jonge hond af; de hond mag wel moe, maar niet oververmoeid raken. Een jonge hond geeft meestal zelf aan hoelang, maar overdrijf met name de eerste maanden niet. Het is aanbevolen de afstand langzaam op te voeren.Wandelen, stevig doorstappen en niet bij elke grasspriet stilstaan zorgt ook voor spiermassa. Heuvels oplopen en niet af, als het niet anders kan dan ga je zig zaggend naar beneden.

Ongeschikte bewegingsvormen zijn korte draaibewegingen; dus de opgroeiende hond niet overdreven achter balletjes of stokken aan laten rennen, traplopen of veelvuldig (op) springen zijn helemaal uit den boze. Het is aanbevolen de hond in het gras te laten spelen en te rennen i.p.v. op de harde ondergrond van de straat. Parketvloeren zijn veelal ook onaangenaam voor de hond.

Een goede ontwikkeling van de spiermassa zorgt ervoor dat de hond minder snel klachten zal krijgen en de ontwikkeling van heupdysplasie sterk gereduceerd zal worden.

​Een hond met sterke ontwikkeling van spieren zal deze spiermassa gebruiken i.p.v. zijn gewrichten te belasten.

Zwemmen is ook een uitstekende vorm van spieropbouw. Zorg er echter wel voor dat u een plaats uitzoekt waar de hond gemakkelijk in en uit het water kan komen. Het vele op,-afklimmen van sloot,-waterkanten is niet aan te bevelen op jonge leeftijd.

Door de spieropbouw ontstaat er een beter aanhechting van de heupgewrichten.

Natuurlijk verdient iedere hond een aangename, normale jeugd, maar denk als eigenaar terdege aan bovenstaande punten.

Heupdysplasie en de PennHip methode ​​​​​

 

 

Hondeneigenaren en dierenartsen zoeken al lang naar een methode om bij jonge honden te kunnen voorspellen of het dier HD zal ontwikklen en of de hond genetische vatbaarheid voor deze ziekte zal overdragen op nakomelingen. De resultaten van de traditionele röntgenologische methode om de aanleg van HD te voorspellen zijn teleurstellend. Bij veel rassen is heupdysplasie nog altijd een groot probleem, ondanks het feit dat fokhonden al generaties lang geselecteerd worden met een röntgenologisch onderzoek. De PennHip methode is ontwikkeld om heupdysplasie beter te kunnen bestrijden.

PennHIP is een wetenschappelijke methode waarmee vastgesteld kan worden of een hond heupdysplasie heeft of zal gaan ontwikkelen. In 1983 begon Dr. Gail Smith van de Universiteit van Pennsylvania in de Verenigde Staten met een onderzoek naar een betrouwbare methode voor de vroege diagnose van HD. Dit onderzoek heeft geresulteerd in een nieuwe onderzoeksmethode voor het bepalen van de vatbaarheid voor HD. Dit onderzoek kan uitgevoerd worden bij honden vanaf een leeftijd van 16 weken. Dit geeft voor fokkers als extra voordeel dat al op jonge leeftijd bepaald kan worden of het dier als fokhond aangehouden kan worden. Het voordeel voor de hondeneigenaar is dat, ingeval van een HD gevoelige hond, tijdig maatregelen in de vorm van aangepaste leefstijl, voeding etc. genomen kunnen worden. De laatste jaren heeft deze methode bewezen belangrijke voordelen te hebben ten opzichte van het gebruikelijke röntgenologische onderzoek dat uitgevoerd word bij honden vanaf één of anderhalf jaar.

Bij het traditionele onderzoek wordt een foto gemaakt in gestrekte positie.

Botveranderingen, een van DE kenmerken van een heup met voortgeschreden HD, zijn in deze positie goed te zien. Veel minder goed kan beoordeeld worden hoe strak de kop van het bovenbeen in de kom van het bekken zit. En omdat juist DIT onvoldoende strak in elkaar zitten van het heupgewricht de belangrijkste oorzaak blijkt te zijn voor heupdysplasie, wordt met dit traditionele onderzoek een deel van de honden met aanleg voor HD over het hoofd gezien.

Met de PennHIP distractie opname wordt, met behulp van een zogenaamde distractor, tijdens de opname de kop maximaal uit de kom gedrukt (distraction). Door deze opname te vergelijken met een foto waarbij de kop en de kom juist in elkaar gedrukt worden (compression), kan de zogenaamde distractie index berekend worden. deze distractie index blijft een goede maat te zijn voor de kans op het ontstaan van HD op latere leeftijd.


 


 

 

 

Hip-Distraction view
Hip-Compression view
Hip-Extended view

Tijdens het PennHIP onderzoek wordt de hond zodanig gepositioneerd dat de zogenaamde hip laxity gemeten kan worden. Deze laxity geeft aan hoe strak de kop en de kom van het heupgewricht in elkaar zitten. Zitten de kop en de kom niet strak genoeg in elkaar, dan ontstaat er een abnormale beweeglijkheid in het heupgewricht waardoor het gewricht beschadigd en vervormd raakt, kortom er ontstaat heupdysplasie.

Voor het nemen van de PennHip foto's is het van belang dat het dier volkomen ontspannen op tafel ligt. Om die reden, maar ook vanwege het comfort van de hond, wordt het onderzoek onder algehele narcose uitgevoerd. Er worden in totaal drie röntgenfoto's genomen die vervolgens in Amerika beoordeeld worden. De kosten vaan het onderzoek bestaan uit de kosten van de narcose, het nemen van drie foto's, de verzendkosten naar Philadelphia en de beoordelingskosten door de Universiteit van Pennsylvania.

 

Distractie Index:De uitslag van het PennHip onderzoek is vertrouwelijk. Slechts de dierenarts en de eigenaar van de hond krijgen de uitslag in de vorm van de distractie index (DI) toegestuurd. De DI is een getal tussen 0 en 1, waarbij 0 betekent zeer strakke heupen en 1 staat voor een erg los heupgewricht. Onderzoek heeft aangetoond dat honden met een lage DI een kleinere kans op HD hebben dan soortgenoten met een hogere DI. Voor een aantal rassen is zelfs een DI vastgesteld waar beneden geen HD gevonden wordt!

 

In deze grafiek ziet u het verband tussen de Distractie Index en de kans op het ontwikkelen van HD op latere leeftijd. Op de horizontale as is uitgezet de op de 4 maanden gemeten DI en op de verticale as ziet u de kans op het ontwikkelen van "Degeneratieve Joint Disease" (DJD) op de leeftijd van 3 jaar. DJD is een aandoening waarbij allerlei ziekelijke veranderingen aan een gewricht optreden. In het geval van een heupgewricht wordt dan vaak van HD gesproken. Duidelijk is te zien dat hoe groter de DI, hoe groter de kans op het ontstaan van HD. 

In de PennHIP database komen inmiddels 170 rassen voor. In Amerika is de belangstelling voor deze methode van HD-onderzoek de laatste jaren sterk gegroeid. Een aantal organisaties gebruikt de PennHIP methode inmiddels als officiële test op heupdysplasie bij fokhonden (American Kennel Club, Japan Kennel Club).

Zeer lichte bot-afwijkingen (1) leiden tot de beoordeling HD B,
 
Lichte (2) bot-afwijkingen leiden tot de beoordeling HD C,
 
Ernstige (3) bot-afwijkingen leiden tot de beoordeling HD D. 
 F.C.I.-beoordeling:

De F.C.I.-beoordeling is een weergave van de HD-beoordeling naar een internationaal geldende code, waardoor het mogelijk wordt de HD-uitslagen uit bij de F.C.I. aangesloten landen te vergelijken.De beoordeling van onderdelen;Bij de beoordeling van HD-foto wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen, en de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten.Informatie over de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de koppen in de kommen wordt onder andere verkregen uit de zogenaamde "Norbergwaarde".De Norbergwaarden van linker en rechter heupgewricht worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het rapport de vermelding "som Norbergwaarden".Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarde minstens 15, de som van de Norbergwaarden van beide heupen derhalve minstens 30.Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen.Deze honden zullen dus een minder gunstige HD-beoordeling krijgen.Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent echter niet zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft.Een combinatie van diepe heupkommen en incongruentie van de gewrichtsspleet (een niet overal even brede gewrichtsspleet) of onvoldoende aansluiting van de gewrichtsdelen kan, zelfs bij een hoge Norbergwaarde, leiden tot een (licht)-HD-positief beoordeling.Op het formulier wordt dit duidelijk gemaakt door het aankruisen van "onvoldoende" of "slechte" aansluiting.Ook wordt informatie over de diepte van de heupkommen verkregen door te beoordelen hoe het centrum van de heupkop ligt t.o.v. de bovenrand van de heupkom.Naast de Norbergwaarde, de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de gewrichtsdelen, wordt de uitslag ook beïnvloed door de aanwezigheid van "bot-afwijkingen".Er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst van de bot-afwijkingen en de uitslag:                                

 

​​​​​​​​​​​​De aanduiding "vormveranderingen" betreft meestal een meer of minder duidelijke afvlakking van de voorste rand van de heupkom.De aanwezigheid hiervan wordt wel vermeld, maar heeft indien dit de enige bemerking is over het gewricht, in het algemeen geen doorslaggevende betekenis voor de einduitslag.De Norbergwaarde:Van beide heupkoppen (1) wordt het middelpunt bepaald en deze middelpunten worden verbonden door een lijn.In beide heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt een lijn langs de voorste rand van de heupkom (2) getrokken.De hoek (3) die beide lijnen in het middelpunt van de heupkop met elkaar maken, minus 90, geeft de Norbergwaarde van het betreffende heupgewricht.De Norbergwaarden van linker en rechter gewricht bij elkaar opgeteld geeft de "som Norbergwaarden", die op het rapport vermeld is.HD-beoordeling: Alle gegevens samen bepalen de definitieve beoordeling, waarbij het ongunstigste onderdeel uiteindelijk de doorslag geeft.Een bepaalde HD-beoordeling kan bepaald zijn door uitsluitend de diepte van de heupkommen, door de aansluiting van de gewrichtsdelen, de aanwezigheid van botwoekeringen, of door een combinatie van twee of alle drie onderdelen, en dit is weer te herleiden uit de verschillende gegevens zoals die op het certificaat zijn vermeld.Het herhalen van HD-onderzoek:Iedere eigenaar kan na verloop van minimaal 1 jaar opnieuw een HD-onderzoek laten verrichten.De uitslag, die daarbij tot stand komt, zal de eerder gegeven uitslag vanaf dat moment gaan vervangen.Herhaling van onderzoek heeft in het algemeen slechts zin bij honden, welke op een leeftijd van 1 à 1,5 jaar werden onderzocht, en waarbij een lichtpositieve uitslag op grond van een slechte aansluiting, met al dan niet een bijbehorende lage Norbergwaarde tot stand kwam, terwijl er geen botafwijkingen werden vastgesteld. 

This is an X-ray of a puppy at 2 weeks old - just look to see how far the bones have to grow to just become proper bony joints, let alone become strong articulating joints that have correct feedback into the brain... this is why it is imperative that we don't over-exercise our puppies, and certainly not jump them or train them too hard before they are fully developed. This is different age categories for different breeds, and if the dog has had any specific problems during it's puppyhood. Please be careful at this stage so the dog's joints will last well as they age! Longevity is the key!
This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now